
De familie pompoen is onvoorstelbaar groot. Met oneindig veel variaties in vormen, kleuren en formaten. Om ze nog enigszins uit elkaar te houden zijn ze ingedeeld in zomer- (pattison, courgette) en wintersoorten (reuzenpompoen, Hokkaido, spaghettipompoen, flespompoen, eikelpompoen) of volgens de drie belangrijkste takken; kalebassen (meestal voor decoratie), courgettes en pompoenen.
Risotto. Zachte rijstkorrels moeten het zijn, met in het hart een lichte beet. Al dente (beetgaar) en all onda (golvend), zoals de Italianen dat zo mooi kunnen zeggen. Het mag beslist niet plakkerig zijn of worden gevormd tot ‘gezellige’ bouwwerkjes en torentjes, zoals je wel eens ziet in restaurants en glossy magazines. Nee, een torentje risotto doet afbreuk aan kwaliteit, smaak en traditie.